KLOKKE ROELAND

     melodie:  Johan De Stoop [1824-1898]
     tekst:  Albrecht Rodenbach [1856-1880]

Boven Gent rijst eenzaam en grijsd
‘t Oud Belfort, zinbeeld van ‘t verleden.
Somber en grootsch, steeds stom en doodsch
Treurt de oude Reus op ‘t Gent van heden.
Maar soms hij rilt en eensklaps gilt

Zijn bronzen stemme door de stede.

Een bont verschiet schept ‘t bronzen lied
Prachtig weer toov’rend mij voor de oogen
Mijn ziel erkent het oude Gent
‘t Volk komt gewapend toegevlogen.
‘t Land is in nood, “vrijheid of dood”
De gilden komen aangetogen.

O heldentolk, o reuzenvolk
O pracht en macht van vroeger dagen!
O bronzen lied, ‘k wete uw bedied
En ik versta ‘t verwijtend klagen.
Doch wees getroost, zie ‘t oosten bloost
En Vlaand’rens zonne gaat aan ‘t dagen.

Trilt in uw graf, trilt Gentsche helden,
Gij Jan Hyoens, gij Artevelden.
Mijn naam is Roeland, ‘k kleppe brand
En luide storm in Vlaanderland!
‘k Zie Jan Hyoens, ‘k zie d’ Artevelden
En stormend roept Roeland de helden.
Mijn naam is Roeland, ‘k kleppe brand
En luide storm in Vlaanderland!
Vlaanderen den Leeuw! Tril, oude toren
En paar uw lied met onze koren.
Zing: ik ben Roeland, ‘k kleppe brand
Luide triomfe in Vlaanderland!

Klokke Roeland

by Jos D'hollander | Carillon of the Belfry of Ghent